Voor veel vissers kwam de kribverlaging als een donderslag bij heldere hemel. Ik zou er bijna in meegaan, maar dat doe ik niet. De nadelen die ze gaan ondervinden door het niet meer op de punt van de krib te kunnen zitten zoals het niet meer in de nering kunnen afzoeken naar vis en niet te vergeten, het handelen zoals de specialisten je voorschrijven.

Ik vind dit persoonlijk allemaal niet zo belangrijk.

Een barbeel heeft niets te zoeken op een gladde bodem om voedseldeeltjes op te kunnen zuigen. Gewoon omdat het te veel energie kost om überhaupt wat te vinden. Het heeft alles te maken met obstakels op de bodem die turbulentie en vacuüm creëren, waar de voedseldeeltjes, en voedseldiertjes kunnen bezinken en weg kunnen kruipen. En dat zijn juist de plekken waar de barbeel zich bevind. Ook tegen de nering heerst er een andere(lees zwakkere) stroming, dus daar waar het voedsel langzamer gaat. Een barbeel zoekt heel eenvoudig die plekken op om wederom zo min mogelijk energie te gebruiken voor wat eetbaars. Wanneer er meer energie nodig is om voedsel te zoeken dan dat het voedsel meer energie geeft om te overleven dan hebben de vissen en heel groot probleem. Ze gaan gewoon dood van de honger.

Maar wat wordt er gecreëerd wanneer we kunstmatige obstakels in het water gaan toepassen. Er ontstaat gewoon veel meer turbulentie en neringen waar de vis naar toe gaat. De vis weet en verwacht gewoon voedsel op die plaatsen. Een barbeel komt eigenlijk alleen voor in de zogenaamde barbeelzone. En deze zone ligt hoger dan onze brasemzone. Dit kan je heel makkelijk herkennen aan de bouw van de vis. Hiermee bedoel ik de stroomlijn, de stand van de borstvinnen, en uiteindelijk de stand van de bek. Nu zal men denken: maar de stand van de bek van een brasem en een karper dan?. Klopt helemaal, alleen kunnen deze vissen niet goed overleven in de barbeelzone. Maar andersom wel heel goed. De barbeel heeft ook een onderstandige bek, maar dan veel verder onder de vis. Hij hoeft zich niet schuin omhoog te richten om het voedsel tot zich te nemen. Hij doet en kan dat niet, daar zorgt de stroming wel voor. Ook heeft de bodem een heel andere structuur in de barbeelzone. In de barbeelzone is veel en veel meer kiezel te vinden, omdat het fijne zand wordt weggespoeld. Er is wel fijn zand tussen de kiezel, en juist daartussen zit het voedsel.

Nu maak ik even een sprong naar onze kribverlaging, met in het achterhoofd van turbulentie, fijn zand waar voedsel in zit, veilige ruimtes tussen de stenen voor de onderwater diertjes, en veel meer neringen. Wanneer je dit niet genoeg vind om overtuigd te worden het volgende; met hoog water heb je hele mooie kiezel/steen banken langs de kribben. Daar kunnen de aardwormen en ander aangewante die door het wassende water worden meegezogen makkelijk bezinken. Ik ben er van overtuigd dat we hele mooie stekken en uitdagingen gaan krijgen. En dat ik dan op die momenten niet op de punt van de krib kan zitten, nou dan schuif ik toch op. Of gebruik een waadpak. Doen de Engelse specialisten trouwens ook. Maar dat doen ze eigenlijk om droog te blijven als ze dronken zijn en omvallen.

 

Martie